Werkwoordspelling · groep 8

Wat komt aan bod in groep 8?

Op deze pagina komen 4 soorten opdrachten voorbij, uit de toetsen van groep 8 (B8):

  • Tegenwoordige tijd invullen (ook met jij ná het werkwoord)
  • Verleden tijd invullen (zwak en sterk)
  • Voltooid deelwoord als bijvoeglijk naamwoord
  • Voltooid deelwoord invullen

Voorbeeld met uitleg

De … taart lag op tafel. (verbranden)

  1. Het woord zegt iets over de taart: het is een bijvoeglijk naamwoord.
  2. Het voltooid deelwoord is verbrand (het verbrandde, dus een d).
  3. Voor een zelfstandig naamwoord krijgt het er een e bij.

Antwoord: verbrande

Waar gaat het vaak mis?

De bekendste fout is de d/t-fout: 'hij word' in plaats van 'hij wordt', of 'het is gebeurt' in plaats van 'het is gebeurd'. Laat uw kind steeds dezelfde stappen volgen: welke tijd is het, wat is de stam, en wie doet het?

Zo helpt u thuis

  • Gebruik vaste stappen: welke tijd, wat is de stam, wie doet het?
  • Twijfelt uw kind tussen d en t? Vervang het werkwoord door lopen. Hij loopt, dus: hij wordt.
  • Laat uw kind zelf zinnen maken met de werkwoorden die fout gingen.

Veelgestelde vragen

Komt werkwoordspelling in de doorstroomtoets?

Ja. Werkwoordspelling hoort bij het onderdeel taalverzorging, samen met gewone spelling en leestekens.

Wat is het verschil tussen gebeurt en gebeurd?

Gebeurt is tegenwoordige tijd: het gebeurt nu. Gebeurd is het voltooid deelwoord: het is gisteren gebeurd. Twijfel? Vervang het door lopen: het loopt (dus gebeurt), het is gelopen (dus gebeurd).

Zijn dit echte toetsvragen?

Nee. Het zijn eigen oefenvragen op het niveau van groep 8, in de stijl van de toetsen op school (Cito, IEP en Boom). Elke vraag wordt nieuw gemaakt, dus uw kind raakt nooit door de vragen heen.

Verder oefenen

Schoolwegwijzer is niet verbonden aan Cito, Bureau ICE of Boom. De oefenvragen zijn eigen materiaal.

Tip voor ouders en scholen: deel deze gratis oefening in een oudergroep. Deel via WhatsApp