Word jij of wordt jij?
Staat jij achter het werkwoord, dan valt de t weg: word jij, loop jij, vind jij. Staat jij ervoor, dan schrijf je de t wel: jij wordt, jij loopt.
In groep 7 komt de hele werkwoordspelling aan bod: tegenwoordige en verleden tijd, het voltooid deelwoord (gewerkt, gefietst), 'word jij' tegenover 'wordt hij' en de gebiedende wijs. Hier oefent uw kind gratis, met uitleg bij elk antwoord.
Op deze pagina komen 9 soorten opdrachten voorbij, uit de toetsen van groep 7 (M7 en E7):
Ik heb gisteren hard … (werken)
Antwoord: gewerkt
De bekendste fout is de d/t-fout: 'hij word' in plaats van 'hij wordt', of 'het is gebeurt' in plaats van 'het is gebeurd'. Laat uw kind steeds dezelfde stappen volgen: welke tijd is het, wat is de stam, en wie doet het?
Meer lezen: Werkwoorden: d of t? Uitgelegd voor ouders
Staat jij achter het werkwoord, dan valt de t weg: word jij, loop jij, vind jij. Staat jij ervoor, dan schrijf je de t wel: jij wordt, jij loopt.
Kijk naar de verleden tijd. Hij werkte → gewerkt (t). Hij speelde → gespeeld (d). Twijfel? Maak het woord langer: een gewerkte dag, een gespeelde wedstrijd.
Nee. Het zijn eigen oefenvragen op het niveau van groep 7, in de stijl van de toetsen op school (Cito, IEP en Boom). Elke vraag wordt nieuw gemaakt, dus uw kind raakt nooit door de vragen heen.
Schoolwegwijzer is niet verbonden aan Cito, Bureau ICE of Boom. De oefenvragen zijn eigen materiaal.