D of t? Werkwoordspelling uitgelegd voor ouders
Werkwoordspelling is een van de lastigste onderdelen van taal in groep 6, 7 en 8. Ook veel volwassenen twijfelen. Het goede nieuws: met drie regels kom je heel ver. Zo legt u ze uit aan uw kind, ook als u zelf niet in Nederland naar school ging.
In het kort
- Nu (tegenwoordige tijd): ik = stam, hij/zij/het = stam + t. Bij 'jij' achter het werkwoord: geen t.
- Toen (verleden tijd): zit de laatste letter van de stam in 't kofschip? Dan -te(n), anders -de(n).
- Voltooid deelwoord: ge- + stam + t of d (ook via 't kofschip).
- Truc: vervang het werkwoord door 'lopen'. Hoor je een t (loopt)? Dan schrijf je een t.
Stap 1: vind de stam
Alles begint bij de stam: het hele werkwoord min -en.
| Hele werkwoord | Stam | Let op |
|---|---|---|
| werken | werk | |
| lopen | loop | dubbele o blijft |
| leven | leef | v wordt f |
| verhuizen | verhuis | z wordt s |
| worden | word | de d hoort bij de stam |
Stap 2: nu (tegenwoordige tijd)
- ik → alleen de stam: ik word, ik werk
- jij/je, u, hij, zij, het, een naam → stam + t: hij wordt, Sam werkt, jij loopt
- jij/je achter het werkwoord → geen t: Word jij later dokter? Loop je mee?
Twijfelt uw kind? Vervang het werkwoord door lopen. "Hij word/wordt boos" → "Hij loopt boos". Je hoort een t, dus: wordt. "Word/wordt jij boos?" → "Loop jij boos?" Geen t, dus: word.
Stap 3: toen (verleden tijd) met 't kofschip
Kijk naar de laatste letter van de stam. Zit die in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p)? Dan krijgt het werkwoord -te of -ten. Zo niet, dan -de of -den.
| Werkwoord | Laatste letter stam | Verleden tijd |
|---|---|---|
| werken | k (in 't kofschip) | werkte |
| fietsen | s (in 't kofschip) | fietste |
| wachten | t (in 't kofschip) | wachtte (twee t's!) |
| spelen | l (niet) | speelde |
| redden | d (niet) | redde |
| verhuizen | z (niet, kijk naar het hele werkwoord) | verhuisde |
De stam is wacht (met een t), en daar komt -te achter. Wacht + te = wachtte. Hetzelfde bij redden: red + de = redde.
Stap 4: het voltooid deelwoord
Het voltooid deelwoord gebruik je met heb, is of werd. Je maakt het meestal met ge- + stam + t of d, en weer beslist 't kofschip:
- werken → ik heb gewerkt (k zit in 't kofschip)
- spelen → ik heb gespeeld (l zit er niet in)
- verhuizen → wij zijn verhuisd (z zit er niet in; geen ge- omdat het al met ver- begint)
Ezelsbruggetje: denk aan het bijvoeglijk naamwoord. Het gespeelde spel hoor je met een d, dus gespeeld.
Thuis oefenen
- Eén regel per keer. Een week alleen de tegenwoordige tijd, dan een week de verleden tijd.
- Hardop redeneren. Vraag niet "is het goed?", maar "hoe weet je dat?". Laat uw kind de stappen noemen.
- Zinnen uit het dagelijks leven. "Papa ___ (fietsen) naar zijn werk." "Gisteren ___ (koken) oma."
Veelgestelde vragen
Wat is de stam van een werkwoord?
Het hele werkwoord min -en. Werken → werk, fietsen → fiets. Let op: een v wordt f en een z wordt s (leven → leef, verhuizen → verhuis), en dubbele klinkers blijven staan (lopen → loop).
Waarom is het 'verhuisde' en niet 'verhuiste'?
Voor 't kofschip kijk je naar de stam van het hele werkwoord, maar dan vóór de z/s-verandering: verhuizen heeft een z, en de z zit niet in 't kofschip. Dus -de: verhuisde. Hetzelfde bij leven → leefde.
Wanneer leren kinderen werkwoordspelling?
De tegenwoordige tijd komt meestal in groep 5 en 6, de verleden tijd en het voltooid deelwoord in groep 6 en 7. In groep 8 en op de doorstroomtoets komen alle vormen gemengd voor.
Is 'Wordt jij' fout?
Ja. Staat 'jij' of 'je' achter het werkwoord, dan valt de t weg: Word jij? Maar bij 'u' en bij 'hij' blijft de t: Wordt u? Wordt hij?
Werkwoorden oefenen
Steeds nieuwe zinnen met werkwoordspelling, met uitleg bij elk antwoord. Gratis, zonder account.
Oefen taal groep 7