In het kort

  • De meest gemaakte fout: de korting uitrekenen, maar vergeten die van de prijs af te halen.
  • Leer uw kind twee vragen stellen: Hoeveel is de korting? en Wat betaal je dan?
  • Handige ankers: 10% = delen door 10, 50% = de helft, 25% = een kwart.
  • Oefen in de winkel of met een folder. Dat werkt beter dan een rijtje sommen.

De fout: halverwege stoppen

De som

Een jas kost € 60. Je krijgt 25% korting. Hoeveel betaal je?

Uw kind rekent: 25% is een kwart, een kwart van € 60 is € 15. Het schrijft op: € 15. Fout, terwijl het moeilijkste deel goed was.

Het goede antwoord is € 60 − € 15 = € 45. Het kind is gestopt na stap 1. Op toetsen staat € 15 bijna altijd als fout antwoord tussen de keuzes. Juist omdat zo veel kinderen deze fout maken.

Twee vragen die helpen

Leer uw kind bij elke kortingsvraag hardop twee vragen te stellen:

  1. Hoeveel is de korting? (€ 15)
  2. Wat betaal je dan? (€ 60 − € 15 = € 45)

Laat uw kind na het antwoord de vraag nog één keer lezen: "Wordt er gevraagd naar de korting, of naar wat je betaalt?" Die controle voorkomt veel fouten, ook bij andere sommen.

Handige ankers om uit het hoofd te weten

ProcentIs hetzelfde alsVan € 80
50%de helft€ 40
25%een kwart€ 20
10%delen door 10€ 8
5%de helft van 10%€ 4
1%delen door 100€ 0,80

Met deze ankers kan uw kind bijna elk percentage uitrekenen. 15% is 10% + 5%. 75% is de helft plus een kwart. 20% is twee keer 10%.

De lastigere variant: hoeveel procent korting?

In groep 8 draait de vraag soms om: "Een spel kostte € 50 en kost nu € 40. Hoeveel procent korting is dat?"

  1. Hoeveel is de korting in euro's? € 50 − € 40 = € 10.
  2. Welk deel is dat van de oude prijs? € 10 van € 50 = 10/50 = 1/5.
  3. 1/5 is 20%.
Let op

Een veelgemaakte fout is delen door de nieuwe prijs (€ 10 van € 40 = 25%). De korting gaat altijd over de oude prijs.

Oefenen in 10 minuten, zonder werkblad

  • De folder: pak een reclamefolder en laat uw kind bij drie aanbiedingen uitrekenen wat je betaalt.
  • In de winkel: "Hier staat 30% korting. Wat kost het dan?" Laat uw kind het eerst schatten, dan uitrekenen.
  • Omgekeerd: "Het was € 20, nu € 15. Hoeveel procent korting is dat?"

Veelgestelde vragen

In welke groep leren kinderen procenten?

Meestal in groep 6 of 7 de eerste kennismaking (50%, 25%, 10%), en in groep 7 en 8 lastigere procenten en korting. Procenten komen terug in alle tussentoetsen en de doorstroomtoets.

Mijn kind snapt niet wat procent is. Waar begin ik?

Begin bij 'per honderd'. 25% betekent 25 van elke 100. Laat het zien met 100 euro, of met een honderdveld. Daarna 50% (de helft) en 10% (delen door 10).

Hoe reken je 15% uit zonder rekenmachine?

Via 10% en 5%. Van € 40 is 10% gelijk aan € 4, en 5% is de helft daarvan: € 2. Samen is 15% dus € 6.

Procenten oefenen

Steeds nieuwe procentensommen met uitleg in stappen. Gratis, zonder account.

Oefen rekenen groep 7