Hoe reken je het aantal dagen tussen twee datums uit?
Tel per maand. Van 20 maart tot 5 april is het 11 dagen tot 31 maart en dan nog 5 dagen: 16 dagen. Let op hoeveel dagen een maand heeft: 30 of 31, en februari 28 of 29.
In groep 7 rekent uw kind met tijd in echte situaties: reistijden en overstappen in een dienstregeling, vertraging, het aantal dagen tussen twee datums en uren met een komma. Hier oefent uw kind gratis, met steeds nieuwe sommen en uitleg bij elk antwoord.
Op deze pagina komen 7 soorten sommen voorbij, uit de toetsen van groep 7 (M7 en E7):
De trein vertrekt om 14.48 uur en komt om 15.23 uur aan. Hoe lang duurt de reis?
Antwoord: 35 minuten
Kinderen rekenen alsof een uur 100 minuten heeft. 9.50 uur plus 20 minuten wordt dan 9.70 in plaats van 10.10. Laat uw kind altijd eerst naar het volgende hele uur rekenen: van 9.50 naar 10.00 is 10 minuten, dan nog 10 minuten erbij.
Meer lezen: 1F, 2F en 1S uitgelegd
Tel per maand. Van 20 maart tot 5 april is het 11 dagen tot 31 maart en dan nog 5 dagen: 16 dagen. Let op hoeveel dagen een maand heeft: 30 of 31, en februari 28 of 29.
Plan samen een echte reis met een reisplanner. Laat uw kind uitrekenen hoe lang de reis duurt en hoeveel tijd er is om over te stappen.
Nee. Het zijn eigen oefenvragen op het niveau van groep 7, in de stijl van de toetsen op school (Cito, IEP en Boom). Elke vraag wordt nieuw gemaakt, dus uw kind raakt nooit door de vragen heen.
Schoolwegwijzer is niet verbonden aan Cito, Bureau ICE of Boom. De oefenvragen zijn eigen materiaal.