Omtrek, oppervlakte en inhoud · groep 7

Wat komt aan bod in groep 7?

Op deze pagina komen 6 soorten sommen voorbij, uit de toetsen van groep 7 (M7 en E7):

  • Inhoud vergroten (hoeveel keer zo groot?)
  • Kosten per m² (oppervlakte × prijs)
  • Omtrek van een samengestelde figuur
  • Oppervlakte met halve hokjes
  • Oppervlakte van rechthoeken vergelijken
  • Passende maat voor oppervlakte kiezen

Voorbeeld met uitleg

Een vloer is 6 meter lang en 4 meter breed. Laminaat kost € 15 per m². Wat kost de vloer?

  1. Oppervlakte: 6 × 4 = 24 m².
  2. Kosten: 24 × € 15 = € 360.

Antwoord: € 360

Waar gaat het vaak mis?

Omtrek en oppervlakte worden vaak door elkaar gehaald. Bij een rechthoek van 6 bij 4 rekenen kinderen voor de omtrek 6 × 4 = 24, terwijl het 6 + 4 + 6 + 4 = 20 is. Laat uw kind steeds eerst zeggen: gaat het om de rand, of om wat erbinnen zit?

Zo helpt u thuis

  • Meet echte dingen op: een tafel, een kamer, de tuin.
  • Vraag eerst: gaat het om de rand (omtrek) of om de ruimte erbinnen (oppervlakte)?
  • Schrijf altijd de maat erbij: m, m² of m³.

Veelgestelde vragen

Hoe reken je de oppervlakte van een rechthoek uit?

Lengte keer breedte. Een kamer van 5 meter lang en 4 meter breed is 5 × 4 = 20 m² (vierkante meter).

Wat is een vierkante meter?

Een vierkant van 1 meter bij 1 meter. Zet met plakband een vierkante meter af op de vloer. Dan ziet uw kind hoe groot dat is.

Zijn dit echte toetsvragen?

Nee. Het zijn eigen oefenvragen op het niveau van groep 7, in de stijl van de toetsen op school (Cito, IEP en Boom). Elke vraag wordt nieuw gemaakt, dus uw kind raakt nooit door de vragen heen.

Verder oefenen

Schoolwegwijzer is niet verbonden aan Cito, Bureau ICE of Boom. De oefenvragen zijn eigen materiaal.

Tip voor ouders en scholen: deel deze gratis oefening in een oudergroep. Deel via WhatsApp