Omtrek, oppervlakte en inhoud · groep 6

Wat komt aan bod in groep 6?

Op deze pagina komen 5 soorten sommen voorbij, uit de toetsen van groep 6 (M6 en E6):

  • Inhoud optellen en omrekenen naar liter
  • Omtrek van een samengestelde figuur
  • Omtrek van rechthoek en vierkant
  • Oppervlakte met halve hokjes
  • Rooster aanvullen (hoeveel passen er?)

Voorbeeld met uitleg

Een rechthoek is 8 meter lang en 5 meter breed. Wat is de omtrek?

  1. De omtrek is de lengte van de hele rand.
  2. 8 + 5 + 8 + 5 = 26.

Antwoord: 26 meter

Waar gaat het vaak mis?

Omtrek en oppervlakte worden vaak door elkaar gehaald. Bij een rechthoek van 6 bij 4 rekenen kinderen voor de omtrek 6 × 4 = 24, terwijl het 6 + 4 + 6 + 4 = 20 is. Laat uw kind steeds eerst zeggen: gaat het om de rand, of om wat erbinnen zit?

Zo helpt u thuis

  • Meet echte dingen op: een tafel, een kamer, de tuin.
  • Vraag eerst: gaat het om de rand (omtrek) of om de ruimte erbinnen (oppervlakte)?
  • Schrijf altijd de maat erbij: m, m² of m³.

Veelgestelde vragen

Wat is het verschil tussen omtrek en oppervlakte?

De omtrek is de lengte van de rand, bijvoorbeeld hoeveel meter hek je nodig hebt rond een tuin. De oppervlakte is hoeveel ruimte erbinnen is, bijvoorbeeld hoeveel gras er in de tuin ligt. Omtrek meet je in meters, oppervlakte in vierkante meters (m²).

Hoe oefen ik omtrek thuis?

Laat uw kind met een meetlint de rand van een tafel of een kamer opmeten en de zijden optellen. Zo voelt het wat omtrek is.

Zijn dit echte toetsvragen?

Nee. Het zijn eigen oefenvragen op het niveau van groep 6, in de stijl van de toetsen op school (Cito, IEP en Boom). Elke vraag wordt nieuw gemaakt, dus uw kind raakt nooit door de vragen heen.

Verder oefenen

Schoolwegwijzer is niet verbonden aan Cito, Bureau ICE of Boom. De oefenvragen zijn eigen materiaal.

Tip voor ouders en scholen: deel deze gratis oefening in een oudergroep. Deel via WhatsApp