Wanneer gebruik je een uitroepteken?
Bij een zin die je met nadruk zegt: een bevel, een uitroep of als iemand schrikt. Bijvoorbeeld: Pas op! of: Wat een mooie tekening!
In groep 6 leert uw kind de belangrijkste leestekens: de punt, het vraagteken en het uitroepteken, de komma bij een opsomming en de leestekens als iemand praat. Hier oefent uw kind dat gratis, met steeds nieuwe zinnen en uitleg bij elk antwoord.
Op deze pagina komen 5 soorten opdrachten voorbij, uit de toetsen van groep 6 (M6 en E6):
Zet de leestekens goed: mama zei kom je eten
Antwoord: Mama zei: “Kom je eten?”
Bij directe rede vergeten kinderen de dubbele punt of zetten ze het vraagteken buiten de aanhalingstekens. En twee zinnen worden vaak met een komma aan elkaar geplakt, waar een punt hoort. Laat uw kind de zin hardop lezen: waar stop je echt? Daar hoort een punt.
Meer lezen: 1F, 2F en 1S uitgelegd
Bij een zin die je met nadruk zegt: een bevel, een uitroep of als iemand schrikt. Bijvoorbeeld: Pas op! of: Wat een mooie tekening!
Wat iemand letterlijk zegt. Dat zet je tussen aanhalingstekens, met een dubbele punt ervoor als de spreker eerst komt: Tom riep: “Ik ben er!”
Nee. Het zijn eigen oefenvragen op het niveau van groep 6, in de stijl van de toetsen op school (Cito, IEP en Boom). Elke vraag wordt nieuw gemaakt, dus uw kind raakt nooit door de vragen heen.
Schoolwegwijzer is niet verbonden aan Cito, Bureau ICE of Boom. De oefenvragen zijn eigen materiaal.