Leestekens · groep 6

Wat komt aan bod in groep 6?

Op deze pagina komen 5 soorten opdrachten voorbij, uit de toetsen van groep 6 (M6 en E6):

  • Komma bij opsomming en tussen persoonsvormen
  • Leestekens bij directe rede
  • Op welke plek hoort het leesteken?
  • Vraagteken of uitroepteken kiezen
  • Zinsgrenzen: hoofdletters en punten

Voorbeeld met uitleg

Zet de leestekens goed: mama zei kom je eten

  1. Mama zegt iets, dus na 'zei' komt een dubbele punt.
  2. Wat mama zegt, staat tussen aanhalingstekens en begint met een hoofdletter.
  3. Het is een vraag, dus er komt een vraagteken, binnen de aanhalingstekens.

Antwoord: Mama zei: “Kom je eten?”

Waar gaat het vaak mis?

Bij directe rede vergeten kinderen de dubbele punt of zetten ze het vraagteken buiten de aanhalingstekens. En twee zinnen worden vaak met een komma aan elkaar geplakt, waar een punt hoort. Laat uw kind de zin hardop lezen: waar stop je echt? Daar hoort een punt.

Zo helpt u thuis

  • Laat uw kind een stukje tekst hardop voorlezen en luisteren waar het stopt.
  • Directe rede: wie praat er, en wat zegt die persoon precies? Alleen dat laatste staat tussen aanhalingstekens.
  • Na een punt, vraagteken of uitroepteken begint de volgende zin met een hoofdletter.

Veelgestelde vragen

Wanneer gebruik je een uitroepteken?

Bij een zin die je met nadruk zegt: een bevel, een uitroep of als iemand schrikt. Bijvoorbeeld: Pas op! of: Wat een mooie tekening!

Wat is directe rede?

Wat iemand letterlijk zegt. Dat zet je tussen aanhalingstekens, met een dubbele punt ervoor als de spreker eerst komt: Tom riep: “Ik ben er!”

Zijn dit echte toetsvragen?

Nee. Het zijn eigen oefenvragen op het niveau van groep 6, in de stijl van de toetsen op school (Cito, IEP en Boom). Elke vraag wordt nieuw gemaakt, dus uw kind raakt nooit door de vragen heen.

Verder oefenen

Schoolwegwijzer is niet verbonden aan Cito, Bureau ICE of Boom. De oefenvragen zijn eigen materiaal.

Tip voor ouders en scholen: deel deze gratis oefening in een oudergroep. Deel via WhatsApp