Komen leestekens in de doorstroomtoets?
Ja, bij taalverzorging. Uw kind kiest bijvoorbeeld welke zin de goede leestekens heeft, of op welke plek een komma hoort.
In groep 8 en de doorstroomtoets is leestekens zetten een vast onderdeel van taalverzorging: de plek van een leesteken kiezen, een vraag of uitroep herkennen, komma's en directe rede. Hier oefent uw kind gratis, met uitleg bij elk antwoord.
Op deze pagina komen 5 soorten opdrachten voorbij, uit de toetsen van groep 8 (B8):
Welke zin is goed? A: Opa vroeg: “heb je honger”? B: Opa vroeg: “Heb je honger?”
Antwoord: zin B
Bij directe rede vergeten kinderen de dubbele punt of zetten ze het vraagteken buiten de aanhalingstekens. En twee zinnen worden vaak met een komma aan elkaar geplakt, waar een punt hoort. Laat uw kind de zin hardop lezen: waar stop je echt? Daar hoort een punt.
Meer lezen: 1F, 2F en 1S uitgelegd
Ja, bij taalverzorging. Uw kind kiest bijvoorbeeld welke zin de goede leestekens heeft, of op welke plek een komma hoort.
Laat uw kind een kort verhaal schrijven waarin twee mensen met elkaar praten. Kijk daarna samen: staat alles wat iemand zegt tussen aanhalingstekens, en begint elke nieuwe zin met een hoofdletter?
Nee. Het zijn eigen oefenvragen op het niveau van groep 8, in de stijl van de toetsen op school (Cito, IEP en Boom). Elke vraag wordt nieuw gemaakt, dus uw kind raakt nooit door de vragen heen.
Schoolwegwijzer is niet verbonden aan Cito, Bureau ICE of Boom. De oefenvragen zijn eigen materiaal.