Leestekens · groep 8

Wat komt aan bod in groep 8?

Op deze pagina komen 5 soorten opdrachten voorbij, uit de toetsen van groep 8 (B8):

  • Komma bij opsomming en tussen persoonsvormen
  • Leestekens bij directe rede
  • Op welke plek hoort het leesteken?
  • Vraagteken of uitroepteken kiezen
  • Zinsgrenzen: hoofdletters en punten

Voorbeeld met uitleg

Welke zin is goed? A: Opa vroeg: “heb je honger”? B: Opa vroeg: “Heb je honger?”

  1. Na de dubbele punt begint wat opa zegt met een hoofdletter.
  2. Het vraagteken hoort bij wat opa zegt, dus binnen de aanhalingstekens.

Antwoord: zin B

Waar gaat het vaak mis?

Bij directe rede vergeten kinderen de dubbele punt of zetten ze het vraagteken buiten de aanhalingstekens. En twee zinnen worden vaak met een komma aan elkaar geplakt, waar een punt hoort. Laat uw kind de zin hardop lezen: waar stop je echt? Daar hoort een punt.

Zo helpt u thuis

  • Laat uw kind een stukje tekst hardop voorlezen en luisteren waar het stopt.
  • Directe rede: wie praat er, en wat zegt die persoon precies? Alleen dat laatste staat tussen aanhalingstekens.
  • Na een punt, vraagteken of uitroepteken begint de volgende zin met een hoofdletter.

Veelgestelde vragen

Komen leestekens in de doorstroomtoets?

Ja, bij taalverzorging. Uw kind kiest bijvoorbeeld welke zin de goede leestekens heeft, of op welke plek een komma hoort.

Hoe oefent mijn kind leestekens thuis?

Laat uw kind een kort verhaal schrijven waarin twee mensen met elkaar praten. Kijk daarna samen: staat alles wat iemand zegt tussen aanhalingstekens, en begint elke nieuwe zin met een hoofdletter?

Zijn dit echte toetsvragen?

Nee. Het zijn eigen oefenvragen op het niveau van groep 8, in de stijl van de toetsen op school (Cito, IEP en Boom). Elke vraag wordt nieuw gemaakt, dus uw kind raakt nooit door de vragen heen.

Verder oefenen

Schoolwegwijzer is niet verbonden aan Cito, Bureau ICE of Boom. De oefenvragen zijn eigen materiaal.

Tip voor ouders en scholen: deel deze gratis oefening in een oudergroep. Deel via WhatsApp