Hoe reken je de inhoud van een balk uit?
Lengte keer breedte keer hoogte. Een doos van 20 cm bij 10 cm bij 5 cm heeft een inhoud van 20 × 10 × 5 = 1000 cm³. Dat is precies 1 liter.
In groep 8 komen omtrek, oppervlakte en inhoud samen: de inhoud van een balk, oppervlakte met kommagetallen, een zijde terugrekenen uit de oppervlakte en hoeveel doosjes in een bak passen. Dit komt ook in de doorstroomtoets. Hier oefent uw kind gratis, met uitleg.
Op deze pagina komen 6 soorten sommen voorbij, uit de toetsen van groep 8 (B8):
Een aquarium is 50 cm lang, 30 cm breed en 40 cm hoog. Hoeveel liter water past erin?
Antwoord: 60 liter
Omtrek en oppervlakte worden vaak door elkaar gehaald. Bij een rechthoek van 6 bij 4 rekenen kinderen voor de omtrek 6 × 4 = 24, terwijl het 6 + 4 + 6 + 4 = 20 is. Laat uw kind steeds eerst zeggen: gaat het om de rand, of om wat erbinnen zit?
Meer lezen: 1F, 2F en 1S uitgelegd
Lengte keer breedte keer hoogte. Een doos van 20 cm bij 10 cm bij 5 cm heeft een inhoud van 20 × 10 × 5 = 1000 cm³. Dat is precies 1 liter.
Ja, meten en meetkunde is een van de vier rekendomeinen. Denk aan omtrek, oppervlakte, inhoud, maten omrekenen, schaal en tijd.
Nee. Het zijn eigen oefenvragen op het niveau van groep 8, in de stijl van de toetsen op school (Cito, IEP en Boom). Elke vraag wordt nieuw gemaakt, dus uw kind raakt nooit door de vragen heen.
Schoolwegwijzer is niet verbonden aan Cito, Bureau ICE of Boom. De oefenvragen zijn eigen materiaal.