Wat is de stam van een werkwoord?
Het hele werkwoord min -en. Werken → werk, fietsen → fiets. Soms verandert er iets: leven → leef, lopen → loop. De stam hoort bij ik: ik werk, ik fiets, ik leef.
In de toets van eind groep 6 komt werkwoordspelling voor het eerst echt aan bod: de tegenwoordige tijd (stam + t) en de verleden tijd met 't kofschip. Hier oefent uw kind dat gratis, met steeds nieuwe zinnen en uitleg bij elk antwoord.
Op deze pagina komen 2 soorten opdrachten voorbij, uit de toetsen van groep 6 (M6 en E6):
Hij … naar school. (fietsen, tegenwoordige tijd)
Antwoord: fietst
De bekendste fout is de d/t-fout: 'hij word' in plaats van 'hij wordt', of 'het is gebeurt' in plaats van 'het is gebeurd'. Laat uw kind steeds dezelfde stappen volgen: welke tijd is het, wat is de stam, en wie doet het?
Meer lezen: Werkwoorden: d of t? Uitgelegd voor ouders
Het hele werkwoord min -en. Werken → werk, fietsen → fiets. Soms verandert er iets: leven → leef, lopen → loop. De stam hoort bij ik: ik werk, ik fiets, ik leef.
Een ezelsbruggetje voor de verleden tijd. Staat de laatste letter van de stam in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dan krijgt de verleden tijd -te of -ten: werken → werkte. Anders -de of -den: spelen → speelde. Let op: bij leven en verhuizen kijk je naar de v en z van het hele werkwoord: leefde, verhuisde.
Nee. Het zijn eigen oefenvragen op het niveau van groep 6, in de stijl van de toetsen op school (Cito, IEP en Boom). Elke vraag wordt nieuw gemaakt, dus uw kind raakt nooit door de vragen heen.
Schoolwegwijzer is niet verbonden aan Cito, Bureau ICE of Boom. De oefenvragen zijn eigen materiaal.