Zo help je je kind met begrijpend lezen
Begrijpend lezen is een vak waar veel kinderen moeite mee hebben. Met de juiste aanpak thuis kunt u een groot verschil maken.
Waarom is begrijpend lezen lastig?
Veel kinderen kunnen de woorden goed lezen, maar begrijpen niet altijd wat de tekst bedoelt. Dat is normaal. Bij begrijpend lezen moet je niet alleen letters samenvoegen, maar ook nadenken over de tekst.
Je kind moet verbanden leggen tussen zinnen, conclusies trekken uit aanwijzingen en het verschil zien tussen een feit en een mening. Dat zijn vaardigheden die je kunt oefenen.
Op de doorstroomtoets is begrijpend lezen een groot onderdeel. Kinderen die hier beter in worden, scoren vaak ook beter bij andere vakken, omdat ze vraagstukken beter begrijpen.
4 strategieen voor thuis
Lees samen en stel vragen
Lees een kort stukje tekst samen: uit een boek, krant of folder. Stel daarna vragen als: waar ging dit over? Wat vond je opvallend? Waarom deed die persoon dat? Het gaat niet om het goede antwoord, maar om het nadenken over de tekst.
Lees samen een artikel over een dier. Vraag daarna: wat heeft dit dier nodig om te overleven? Stond dat letterlijk in de tekst, of moest je het afleiden?
Oefen met alledaagse teksten
Gebruik teksten die je kind in het dagelijks leven tegenkomt: een recept, de uitleg bij een bordspel, een bericht van school, een nieuwsartikel of de achterkant van een verpakking. Vraag: wat is de belangrijkste informatie in deze tekst?
Lees samen een recept. Vraag: als we dit voor zes personen willen maken in plaats van vier, wat moeten we dan aanpassen? Zo oefen je begrijpend lezen en rekenen tegelijk.
Let op signaalwoorden
Leer je kind woorden herkennen die de tekst sturen. Deze woorden helpen om de tekst beter te begrijpen:
daarom = er volgt een gevolg
maar = er volgt een tegenstelling
omdat = er volgt een oorzaak
bijvoorbeeld = er volgt een voorbeeld
bovendien = er komt nog iets bij
Als je kind deze woorden herkent, begrijpt het de opbouw van de tekst veel sneller.
Laat je kind samenvatten
Vraag na het lezen: kun je in twee of drie zinnen vertellen waar de tekst over ging? Samenvatten dwingt je kind om het belangrijkste te selecteren en de details los te laten. Dit is precies wat de doorstroomtoets ook vraagt.
Lees samen een kort nieuwsbericht. Laat je kind de tekst samenvatten alsof het aan een vriend vertelt wat er is gebeurd. Geen details, alleen de kern.
Voorbeeldvragen om te stellen
Na het lezen van een willekeurige tekst met uw kind, kunt u deze vragen stellen. Kies er twee of drie per keer.
- Waar gaat deze tekst over? Kun je het in een zin zeggen?
- Wat is het doel van de tekst: wil de schrijver informeren, overtuigen of vermaken?
- Is er een woord in de tekst dat je niet kent? Kun je uit de zin raden wat het betekent?
- Wat vind jij van wat er in de tekst staat? Ben je het ermee eens?
- Welke informatie vind je het belangrijkst? Waarom?
- Kun je een verband leggen met iets dat je zelf hebt meegemaakt?
- Wat zou er nog meer in de tekst kunnen staan als de schrijver verder had geschreven?
Oefenen in de app
In de Schoolwegwijzer-app oefent uw kind met begrijpend lezen-vragen op het niveau van groep 6, 7 of 8. Elke vraag hoort bij een leestekst en heeft uitleg erbij, zodat uw kind leert van fouten.
Vaardigheden die aan bod komen: hoofdgedachte, tekstdoel, samenvatten, verwijswoorden, oorzaak-gevolg, argument herkennen, feit en mening, standpunten vergelijken, conclusie trekken en meer.
Begin met oefenen
In de oefenapp kan uw kind direct starten met begrijpend lezen-vragen op het juiste niveau.